GEDICHTEN van Ingrid E. Noppen

 

 

 

LIZA

Violetgekleurd waren de bloemen
net als het jurkje waarin je danste
jouw onschuld schilderde heel de wereld
tot een sprankelende aquarel

wat wist je van barbaren
die alles monsterlijk maken en
nooit een hart zullen bezitten
zo zuiver als dat was van jou?

in luttele seconden
jouw leventje weggevaagd
vier veel te korte jaren
was je een zaadje van de zon

wat wist je van barbaren
die alles monsterlijk maken?

 

===================================

 

13 JUNI

Dat ik vandaag feest moet vieren
maar dat die lege stoel daar staat
waar niemand op mag zitten
omdat ik wacht op jou
ik kan het niet, nog altijd niet

blij zijn om elk jaar erbij
het voelt gestolen, niet van mij
het is dat schuldig blijven voelen
ik weet het, onterecht
maar toch …

vanmorgenvroeg
ik wachtte en ik wachtte
jij belde niet, alweer niet
het waren andere namen
en ik speelde mijn spel

ik weet het wel
je zal niet kunnen komen
maar ik bewaak die lege stoel
hij blijft voor jou bedoeld

 

    --------------------------

 

ZINSBEGOOCHELING

Soms zie ik je lopen
ergens in een menigte
op de rug gezien jouw haarcoupe
jouw manier van doen

bij mijn roepen van jouw naam
geen reageren van herkenning
dus luider, heel wat luider
misschien heb je me niet gehoord

mijn stappen, zoveel groter nu
en sneller, alsmaar sneller
voorbij jouw schaduw, voorbij jou
verwachtingsvol een omzien

je bent het niet
alweer niet

 

 

 

 

                 
                         ---------------------------------

ZINLOOSHEID

Het zijn de zonen
de vaders en de dochters
die op te koude aarde sneuvelen
voorgoed hun ogen sluiten

is op hun lippen een
laatste roep om hun moeder
in hun doodsstrijd de hunkering
naar haar zo warme schoot?

welke naam past de agressor
die in zijn hebzucht het doodvonnis tekende van
duizenden en met een enkele pennenlikkersvinger
het sein gaf tot het zinloos laten vloeien van bloed?

en talrijk
zijn de weduwen en de wezen
kreunen alle eens vruchtbare velden
alleen nog maar vernietiging


-----------------------------------------------------------------------------------

 

WEET JE

Dit moet je weten
dat om mij heen
alles gewoon doorgaat

 

maar als de zon schijnt
voel ik de regen en
als de dag is aangevangen
ervaar ik nog de nacht

 

dit moet je weten
dat zoveel lentes gepasseerd zijn
en zoveel zomers reeds
maar dat het winter is gebleven

 

dat ik je mis en
elke dag alleen maar meer
mijn lief, dat moet je weten

 

 

------------------------------------------------------------

 

DAG IN, DAG UIT

Wat oorlog kan doen
ik zag het in mijn moeder
ik zag het in mijn vader
in niet meer willen herbeleven
het ingebedde zwijgen

de bel die deed verstarren
alsook het kloppen op een deur
en in de nachten vogels zien
met afgebrande vleugels

ik las het in hun ogen
die eeuwige bezetting door
wie voor altijd vijand was en
nooit meer kon het vrede worden

wat oorlog kan doen
dag in, dag uit
ik zie het in de spiegel

 

-----------------------------------------------------------------------

 

DE ETALAGERUIT

Tussen de etalagepoppen
gekleed in luchtige japonnen
zomaar een gezicht
spiegelt iets van een herkenning
in die sluimerende blik


elke beweging wordt gevolgd
perfect gedupliceerd
nog even kijken, heimelijk staren
onderzoeken wie het is

 

een onverwachte confrontatie
met het wezen in die ruit
nieuwsgierig opgaan in die ogen
en de contouren van dat lijf

 

zomaar een gezicht
tussen etalagepoppen


-----------------------------------------------------------

DESPOOT

 

Schiet maar, vernietig maar
laat de bommen maar vallen
op huizen die niet van jou zijn
op al die akkers die ooit omgeploegd en
bewerkt zijn met liefdevolle handen


maar nooit zul jij de liefde leren kennen
en de koestering van warmte
steen ben je, beton, grijsgrauw graniet
een gevangene van je eigen haat
die onverteerd tot onder je huid als
een kankergezwel uitzaait in heel je lijf

 

heb je ze geteld
alle doden die je reeds maakte
de mannen, de vrouwen en de kinderen?
bloedzwart zullen de nachten je zijn
wanneer hun gezichten zich posteren
op alle wanden van je huis

 

door eeuwen heen zal je naam genoemd zijn
als drek uit miljarden monden en
geen bloem zal ooit bloeien op jouw graf

 





--------------------------------------------------------------------



 

SNEEUWWITTE VOGEL (n.a.v. moord op Peter R. de Vries)


Hoe hij vloog
met krachtige vleugels
over wilde zeeën en door
ondoordringbare wouden
voor de allerzwakste wezens


de sneeuwwitte vogel
voor niets terugdeinzend
voor niemand wijkend
maar altijd ijzersterk
op weg naar zijn doel


hoe kon hij weten
van de zwarte kraaien
die hem op de rug met valse
kraalogen al zo lang beloerden

 

op één moment van
onoplettendheid pikten ze
hem met vlijmscherpe snavels
tot de verschijning van de dood


hoe hij eens vloog
de sneeuwwitte vogel
met een oervast geloof in
gaan voor het recht

 

onbevreesd en ijzersterk

-----------------------------------------------------------

 

 

NU ER DIE STILTE HANGT

Wiens kind ben ik geweest
wat heb ik ooit geweten
dan enkel maar het heden
van wie mij borgen in hun schoot

 

onzichtbaar voor elk oog
altijd onuitgepakt gebleven
hun koffers in die donkere hoek
met niet te openen sloten

 

soms snerpten heel opeens wat kreten
als ijzel door de kamers
ontweken stille tranen
de beklemming van mijn vragen

 

en nu het stil geworden is
blijft er dat wroeten naar verledens
waarvan ik nooit de sleutels had

 

wiens kind ben ik geweest?

---------------------------------------------------------------------

 

 

 

 

-------------------------------------------------------

IK HEET …

 

Als in een luchtbel gevangen
hermetisch afgesloten
daarbuiten
stemmen en geluiden
ze horen je niet


volumeloos
jouw uitgestoten klanken
binnen geluiddichte wanden
malen ze rond


de witte jassen in de ruimte
de veel te strakke blikken
drie-, viermaal prikken
in vaten veel te broos

 

ik heet, ik heet
weet je hoe ik heet
en wat er omgaat in dit lichaam
in dit op hol geslagen hoofd?


ik heet, ik heet
weet je hoe ik heet?

 

------------------------------------------------

VOLTOOIDE TIJD


Het gordijn van nevel opentrekken
de herinneringen ontsluiten
durven omhelzen wat eens was

 

achter elke traan een voltooide tijd
niets keert weer
alles is eindig

 

met trillende handen
de foto’s bekijken van
het lijkt een veel te ver verleden

 

leren dealen met het heden
waarin het martelend besef
van niet meer
nooit meer een terugreis

 

niets keert weer
alles is eindig

 

-------------------------------------------------------------

IN VROEGE UREN

Golven getemd
kalme zee
glooiende kustlijn

zand draagt sporen
grote schoenmaat
van welke passant?

timide strand
oneindig in mijlen
de horizon knipoogt
een lengte te ver

 

 

 

 

 

 

 

 

---------------------------------------------------------

KANSLOOS

 

Dat beeld herinner ik mij ook
jouw gezicht in dat kussen
en toen ik je vroeg waarom, zei je
omdat ik anders huilen moet

 

ik streelde je onbehaarde hoofd
waarop minuscule stoppeltjes
hoop gaven op een nieuwe oogst

 

ik wilde dat jouw tranen
over alle dijken heen
zouden stromen als rivieren
opdat je misschien nog
een kans zou hebben

 

maar in het sneeuwwit van dat kussen
ankerde jouw gezicht zich
muurvast in een stilte

 

ik streelde je onbehaarde hoofd

 

 

-----------------------------------------------------------

ZOEKTOCHT

 

Hoe de bomen in lange rijen stonden
wij er tussenin als dwergen leken en
uitkeken over het pad voor ons
dat zich uitstrekte in oneindigheid

 

we sjokten voort en spraken niet uit
hoe vermoeid we al waren, zwegen
alsof elk woord had kunnen verbreken
waar we volhardend in bleven geloven

 

alsmaar volgend de trek van de
vogels boven ons, sneeuwwit en met
hun vleugels scherend langs de wolken

licht zwevend op de rug van de wind

 

daar waarheen zij trokken
moest het zijn dat wij eindelijk
terug konden vinden wat wij
zomaar ergens waren kwijtgeraakt

 

en hoe uitgeput we al waren
we sjokten voort

--------------------------------------------

WAT ONGESPROKEN BLEEF

 

Ook dat herinner ik mij nog
jouw verhaal van
hoe je eens onder het kabaal
van geweerschoten en gekrijs
moest vluchten uit je huis

 

je hart bonsde te luid
toen je in ragdunne jurk
en op blote voeten
de bescherming zocht
van de doornatte sawa’s

 

toen pas begreep ik
waarom je trilde bij
de donder van onweer en
het kloppen op deuren
zelfs de bel deed je verstarren
en in stilte ondergaan

 

maar te weinig heb ik kunnen verstaan
van wat nog huisde
in zoveel ongesproken woorden

 

-------------------------------------------

 

 

CONFRONTATIE

 

Ik heb het zo toch niet bedoeld
maar ze bleven komen
toen ik de spade had gezet
in de aarde van mijn hart
kwamen ze naar boven

ik dacht
dat ik de grond gezeefd had
het onkruid had geschoffeld
de oude wortels had getrokken
en had weggemoffeld

maar ze bleven komen
al die begraven silhouetten
toen ik de spade had gezet
kwamen ze naar boven

ik heb het zo toch niet bedoeld
als een confrontatie
tussen jou en mij
want alle wonden
die ik schreeuwde

daar hoorde jij niet bij

-----------------------------------------

 

ZWARTE LINTEN

 

Sneeuwwit het laken
het kraakte veel te luid
wanneer ik het bewoog

 

jij lag zo stil, doodstil
dat zelfs het fluisteren
van mijn stem
als donderslagen klonk

 

wist jij dat angst kon klappertanden
als koude koorts doorheen je lijf?


ik wilde je niet kwijt

niet daar, niet toen
omgeven door reeds
uitgedraaide apparaten

 

maar toch, je stierf
niet meer bewust van mij
en onomkeerbaar tooide het tij
de dag met zwarte linten

---------------------------------------------

 STEEN VOOR STEEN

 

Alerte wachter aan jouw hart
mijn hoopvol oor scherp
aan jouw lippen
misschien, o ja, misschien
breekt door blokkades heen
wat veel te lang al in
hardnekkig zwijgen is gemetseld

 

ik beitel steen voor steen
los van de vesting die rondom
zelfs elke flinter zonlicht
tot een versperring is

 

wil ik ontpluizen wie je bent
en welke naam je is gegeven
achter het masker dat je showt
ik wil tot in je aderen weten

 

door de blokkades heen
vergruis ik steen na steen

 

-----------------------------------------------

ALS ...

 

Wat zou je anders doen, mijn vriend
wanneer je werd vergund
terug te gaan naar
waar je ooit begon

 

en als je mee mocht nemen
dat wat je nu vergaard hebt
aan kennis in je brein
zouden je wegen dan misschien
wat meer begaanbaar zijn

 

zou je rugzak lichter dragen
je blik wat wijzer schouwen
en zou je weten uit ervaring
hoe je een huis moet bouwen

 

wat zou je anders doen, mijn vriend?

 

 

 

 

-----------------------------------------------------

 

 

SATIJNZACHT

Ach, mijn lief heb ik je liefgehad
zoals de lente de ijle bomen
de zon het rillende land

 

heb ik je naam ontvouwd
op mijn lippen
zo satijnzacht
dat je zou weten
wie hem sprak?

zoek mij, zoals ik jou zoek
in de nissen van de stilte
en alle spelonken van de tijd

 

nog zoveel luider dan de wind
hóór hoe ik je roep
alsmaar … en alsmaar

 

letter voor letter
zo satijnzacht
ontvouw ik je naam

 

-----------------------------------

HUIZE NOWHERE

 

Ik zeg dat ik je kamer mooi vind
wel een beetje klein misschien
maar dat hou ik voor mezelf

 

en ik troost je met het uitzicht
en met de grote tuin beneden
waarin fatsoenlijk rijtjesgroen

 

dat de smalle gangen
smetteloos wit en veel te lang
lijken te leiden naar een nowhere
daarover zwijg ik ook

 

je laat me foto’s zien van vroeger
en dan opeens zijn er slechts tranen
elke dag die dunne soep
en de zusters zijn niet aardig

 

ik troost je met het uitzicht
en met de tuin beneden

------------------------------------------------------



DE BOMEN HUILEN TRANEN

 

Huiverende bladeren
rillend groen
een ekster nipt
een drank van regendruppels

 

zompig
ligt de aarde
een zwerfkat zoekt
vergeefs een droge plek

 

een verveloos hek
omfort een tuin
geen leven achter ramen
de straat tekent verlaten

 

de bomen huilen tranen 

-

 

 

-------------------------------------------

 

 

 

 

 

WEERZIEN (voor Joz)

 

Alle uren, alle jaren
die ons te ver uiteen
lieten omgaan als nomaden

in een woestijn met veel
teveel fata morgana’s

 

vermoeid als wij waren
zocht jij mij
zocht ik jou
in het niets grepen onze handen
doorheen de adem van de wind

 

tot aan die dag waarop ik
bijna niet meer jouw wezen herkende
zo een te lange eeuwigheid had zich neergelegd
als een eeltlaag over ons gelaat

 

en toen ik je dan vond
vertrouwd als in een oeroud verleden
deed geen tijd er nog toe
dan onze ogenblikken samen

 

totdat wij onze eigen vertes
weer noodgedwongen moesten ingaan
maar toch met het weten
geen tijd doet er nog toe

---------------------------------------

ZWARTE SCHOENEN

Je had ze aan
zwarte
want dat had je gezegd
'ik wil mijn schoenen aan’

en je donkergrijze pak
je had het twee keer aan gehad
ik vond die stropdas mooi

 

op je revers
dat engeltje van mij
waarom?
nou ja omdat
het voelde gewoon goed

je ogen waren opgemaakt
met hier en daar wat parelmoer
ik dacht nog bij mezelf
dat als je dat zou weten
je met een ruk weer zou herrijzen

in elk geval
je had je zwarte schoenen aan

 

 

 

 

-----------------------------------------------------

 

 

 

 

MOEDERDAG

 

Weer zo’n afschuwelijke dag
waarop ik bloemen koop
die ik je niet kan geven

dan enkel schikken op dat plekje
waar toen je as een rustplaats vond
vlak voor die hoge iep

dat wat je nog zou willen weten
herhaal ik keer op keer
gewoon maar in gewelde hoop
dat je me zult verstaan

weer zo’n afschuwelijk dag
waarop het zwaarder voelt
en zoveel leger dan voorheen

waarop ik bloemen koop
die ik je niet kan geven.

 

 

-------------------------------------------

 

 

 

MOTORGERONK

 

Nog hoor ik het
dat geronk van die motor
toen je plaatsnam op dat
bruine zadel en zei dat je gauw
weer terugkwam om te blijven

ik wist dat het niet zo was
dat een belofte werd gemaakt om
meer dan duizendmaal te breken
en dat bleek ook zo te zijn

nooit beter heb ik je gekend
dan in flitsen van komen en gaan
in woorden als lucht zo vluchtig
je schaduw herkende ik nog eerder

dat je mijn naam wist uit te spreken
voelde al als een hele rijkdom
vanaf toen blijf ik het horen
dat geronk van die motor

dat geronk van die motor

------------------------------------------

CONFRONTATIE

Ik heb het zo toch niet bedoeld
maar ze bleven komen
toen ik de spade had gezet
in de aarde van mijn hart
kwamen ze naar boven

ik dacht
dat ik de grond gezeefd had
het onkruid had geschoffeld
de oude wortels had getrokken
en had weggemoffeld

maar ze bleven komen
al die begraven silhouetten
toen ik de spade had gezet
kwamen ze naar boven

ik heb het zo toch niet bedoeld
als een confrontatie
tussen jou en mij
want alle wonden
die ik schreeuwde
daar hoorde jij niet bij

---------------------------------------------------------

 

 

GEWETENSVRAAG

Was het waard
al die rouwende moeders
al die kinderen zonder vaders
al dat verschroeide land?

was het waard
een strijd
voor maar zo'n korte tijd
op aarde?

was het waard
al die doden
al die gewonden
en verminkten

wat was de prijs
toch veel te hoog?

 

 

 

 


---------------------------------------