Gedichten

- Welkom - - Biografie - - Filmpjes - - Gedichten - - Gedichtenbundels - - Publicaties - - Voordrachten - - NIeuws - - In Memoriam - - Contact - - Gastenboek (nieuw) - - Gastenboek (oud) - - Beelden - - Schilderijen - - Stichting Halin - - Links - - Aandacht voor ... - - Album - - Diensten - - Fotokaarten -





 STEEN VOOR STEEN


Alerte wachter aan jouw hart

mijn hoopvol oor scherp

aan jouw lippen

misschien, o ja, misschien

breekt door blokkades heen

wat veel te lang al in

hardnekkig zwijgen is gemetseld

 

ik beitel steen voor steen

los van de vesting die rondom

zelfs elke flinter zonlicht

tot een versperring is 


wil ik ontpluizen wie je bent

en welke naam je is gegeven

achter het masker dat je showt

ik wil tot in je aderen weten


 door de blokkades heen

vergruis ik steen na steen


 

--------------------------------

 

ZOEKTOCHT

 

Hoe de bomen in lange rijen stonden

wij er tussenin als dwergen leken en

uitkeken over het pad voor ons

dat zich uitstrekte in oneindigheid

 

we sjokten voort en spraken niet uit

hoe vermoeid we al waren, zwegen

alsof elk woord had kunnen verbreken

waar we volhardend in bleven geloven

 

alsmaar volgend de trek van de

vogels boven ons, sneeuwwit en met

hun vleugels scherend langs de wolken

licht zwevend op de rug van de wind

 

daar waarheen zij trokken

moest het zijn dat wij eindelijk

terug konden vinden wat wij

zomaar ergens waren kwijtgeraakt

 

en hoe uitgeput we al waren

we sjokten voort

---------------------------------------



                                                                                  NIET OVER PRATEN

                                                             In al jouw heersende stiltes
                                                             toch heb ik je gekend
                                                             geweten wie je was
                                                             de moeder, de vrouw
                                                             het bevochten verleden

                                                             altijd weer suste het heden
                                                             met één vinger op gesloten mond
                                                             ssst

                                                             waar ik speurde tussen de regels
                                                             van ongelezen bladzijden
                                                             op afstand bleef je in mijn zoektocht

                                                             maar soms was het
                                                             alsof ik iets van een fragment vond
                                                             in de spelonken van uitgevlakte dagen
                                                             die je zwijgend als onzichtbare bagage
                                                             meedroeg op je rug

                                                             dan was er één vinger op gesloten mond
                                                             ssst, ssst, ssst


                                                              --------------------------------------

        

DAT WAT RESTEERT


Wie kon weten dat de tijd zou komen

met handen vol zwarte bloemen en
verscholen in zijn mantel het noodlot
dat zijn ijskoude adem zou leggen over
het gelaat van unieke schepselen


maar onaangeroerd bleven de herinneringen
standvastig in hun soliditeit als een
erfenis van waardevolle schatten 


op het witte doek van gedachten
soms, als in een weerzien kuieren
ijle silhouetten in kleurige gewaden
fluisteren vertrouwde stemmen
in hun klanken van weleer

 

dan explodeert weer
die warmte binnenin mij

en bloesemt als voorheen
een glimlach om mijn mond

 

------------------------------------

 

FINALE 

Toen was daar jouw finale
verbijsterend mooi zoals
je ging en puntgeslepen scherp
jouw blik de laatste akte schetste 

de wereld draaide door
terwijl een ogenblik van
o zo waardig zijn zich kleedde
zoals je was geweest

niet één keer keek de tijd nog om
maar snelde voort in het tumult
van veel te schelle stemmen
de dag kromp stilletjes ineen

 

           ------------------------------------

 

 
WAT ONGESPROKEN BLEEF

Ook dat herinner ik mij
jouw verhaal van
hoe je eens onder het kabaal
van geweerschoten en gekrijs
moest vluchten uit je huis
 
je hart bonsde te luid
toen je in ijldunne jurk
en op blote voeten
de bescherming zocht
van de doornatte sawa’s
 
toen pas begreep ik
waarom je trilde bij
de donder van onweer en
het kloppen op deuren
zelfs de bel deed je verstarren
en in stilte ondergaan
 
maar te weinig heb ik kunnen verstaan
van wat nog huisde
in zoveel ongesproken woorden                                      

-------------------------

CLOSE TO CLOSE

Straks mijn vlinder, zullen we dansen
vleugel aan vleugel
in het licht van de zon

tot in de extase van een eeuwige tango
zullen we onze lijven dronken drinken
met een likeur van wel duizenden bloemen

dan nog eenmaal zullen we omzien, mijn vlinder
en niet meer weten hoe ijzelend deze winters waren

straks, als we dansen
vleugel aan vleugel en
close to close

------------------------------------
 

                                                                  

VOOR JOU

Opdat ik van je noemen kan
vertel me hoe je heette
en wie je in de ogen zag
in een allerlaatste blik

wie heeft op zijn geweten
jouw jonge leventje
dat nooit de vogels zal zien vliegen
de bloemen zien ontsluiten?

drie wapens sterk
alsof je je verweren kon
in een niet begrijpen keek je op
je kijkers vol met vragen

opdat ik van je kan getuigen
vertel me hoe je heette

=========== 

298 MAAL EEN SALUUT


Op te warme julidagen

rijen houten kisten
en in een eindeloze keten
colonnes zwarte wagens

zoveel doden, zoveel tranen
door een stelletje barbaren
dat oorlogje speelt en moordt
en rooft en sporen van bloed
trekt over de aarde

een echo van verstilde stemmen
driehonderd bijna in getal
maar oorverdovend krijst hun aanklacht
die door geen tijd verstommen zal

op te warme julidagen
rijen houten kisten
300 bijna in getal

 

-------------------------------------

 

WEERZIEN (voor Joz)

Alle uren, alle jaren
die ons te ver uiteen
lieten omgaan als nomaden
in een woestijn met veel
teveel fata morgana’s
die ons voortdurend
wanhopig deden dwalen

vermoeid als wij waren
zocht jij mij
zocht ik jou
in het niets grepen onze handen
doorheen de adem van de wind
meer moet er niet zijn geweest

tot aan die dag waarop ik
bijna niet meer je wezen herkende
zo een te lange eeuwigheid had zich neergelegd
als een eeltlaag over ons gelaat
onze ogen blind gemaakt

en toen ik je dan vond
vertrouwd als in een oeroud verleden
deed geen tijd er nog toe
dan onze ogenblikken samen

totdat wij onze eigen vertes
weer noodgedwongen moesten ingaan
maar toch met het weten
geen tijd doet er nog toe

----------------------------

 

 

ZE ZIJN ALLEMAAL GEKOMEN

IJlend over het verre land
waar jij geen herinnering achterliet
maar met je meetorste in de
gesloten burcht van je hart

herken je de omhelzing van
wie je niet eerder meer terugzag
transformeren schimmen tot leven

in de stilte van het willen vergeten
altijd weer was er de dreiging van
boze dromen die de nachten gijzelden

in een laatste blik nog keten je mij vast
‘ze zijn allemaal gekomen’, zeg je

----------------------------------------------

ALS ...

Wat zou je anders doen, mijn vriend
wanneer je werd vergund
terug te gaan naar
waar je ooit begon

en als je mee mocht nemen
dat wat je nu vergaard hebt
aan kennis in je brein
zouden je wegen dan misschien
wat meer begaanbaar zijn

zou je rugzak lichter dragen
je blik wat wijzer schouwen
en zou je weten uit ervaring
hoe je een huis moet bouwen

wat zou je anders doen, mijn vriend?

------------------------------

HUIZE NOWHERE

Ik zeg dat ik je kamer mooi vind
wel een beetje klein misschien
maar dat hou ik voor mezelf

en ik troost je met het uitzicht
en met de grote tuin beneden
waarin fatsoenlijk rijtjesgroen

dat de smalle gangen
smetteloos wit en veel te lang
lijken te leiden naar een nowhere
daarover zwijg ik ook

je laat me foto’s zien van vroeger
en dan opeens zijn er slechts tranen
elke dag die dunne soep
en de zusters zijn niet aardig

ik troost je met het uitzicht
en met de tuin beneden

-------------------------------


NOEM MIJ

Zoek ik jou
nu en morgen
en de dagen daarna

in een ademteug
noem mij
in een fluistering zachtjes

zodat ik je opmerk
met geopende ogen
wil ontmoeten wie je bent
in een glimp zelfs herken

hoe je heet
wat je denkt
wat er omgaat in jou

in een ademteug
noem mij

 -------------------------------

 

KIND VAN DE ZON   (voor mama)

 

Dat jij een kind van de zon was
de vroege seizoenen van je bestaan
daar hadden gebloeid waarvandaan
jij noodgedwongen moest gaan
met niets in je koffers
daarover wilde je liever niet praten

toch heb je me eens verteld
hoe je op het executieterrein
van de gele soldaten de laatste
minuten van je leven aftelde
maar waarvan je zus je bevrijdde
met de moed van een leeuw

en de kleine kris die je leven redde
toen fanatieke Pemuda’s
huis voor huis binnengingen in je straat
om de geur van de dood achter te laten
daarvan heb je me ook verhaald

dapper kind van de zon
nooit meer heb je willen terugkeren
naar die warme aarde waarop je
met jouw eerste ademteug
ooit jouw leven begon


----------------------------

 

SATIJNZACHT

Ach mijn lief, heb ik je liefgehad
zoals de lente de ijle bomen
de zon het rillende land

heb ik je naam ontvouwd
op mijn lippen
zo satijnzacht
dat je zou weten
wie hem sprak?

zoek mij, zoals ik jou zoek
in de nissen van de stilte
en alle spelonken van de tijd

nog zoveel luider dan de wind
hóór hoe ik je roep
alsmaar … en alsmaar

letter voor letter
zo satijnzacht
ontvouw ik je naam

----------------------------------------  


DE BOMEN HUILEN TRANEN


Huiverende bladeren
rillend groen
een ekster nipt
een drank van regendruppels


zompig
ligt de aarde
een zwerfkat zoekt
vergeefs een droge plek


een verveloos hek
omfort een tuin
geen leven achter ramen
de straat tekent verlaten


de bomen huilen tranen

------------------------------

 

FLUISTER SLECHTS

Zacht, zachter nog
praat niet mijn oren doof
nu ik schoffel en maai
mijn gazon van louter woorden

pluk niet mijn bloemen van taal
zonder te zien en voelen
hoe zij openbloeiden
in de tuin van mijn ziel

wil je noemen van mijn naam
letter voor letter
fluister slechts

------------------ 

ZWARTE SCHOENEN

Je had ze aan

zwarte

want dat had je gezegd
'ik wil mijn schoenen aan’

en je donkergrijze pak

je had het twee keer aan gehad
ik vond die stropdas mooi

op je revers
dat engeltje van mij

waarom?
nou ja omdat
het voelde gewoon goed

je ogen waren opgemaakt
met hier en daar wat parelmoer
ik dacht nog bij mezelf
dat als je dat zou weten
je met een ruk weer zou herrijzen

in elk geval
je had je zwarte schoenen aan

----------------------------

 

ONTSLUIERD


Betreden heb je
met o zo zachte schreden
de heilige aarde van mijn land
de warme wouden van mijn stiltes

en de tempel van mijn ziel
ben je binnengegaan
met fluisterende stem
en omhelzende armen

te laat
hebben mijn ogen
zich af kunnen wenden
hebben mijn handen
kunnen bouwen
muren tot een vesting


waar kan ik mij nog
een schuilplaats vinden
nu mijn gelaat

ontdaan van sluiers is?

------------------
 

 

 

 

WAAR BEN JE TOCH?

De kamers zijn zo stil geworden
je lijkt verslonden door de tijd
waar is je lach, waar zijn je babbels
ik zoek naar je aanwezigheid

de wereld blijft gewoon maar draaien
het lijkt te wreed, bijna bizar
dat alles doorgaat zonder jou
en ik geen weg weet met mijn hart

ik zoek je steeds in elke schaduw
in al de glitters van het licht
en in gedachten streel ik alsmaar
de zachte contouren van je gezicht

waar is je lach, waar zijn je babbels
ik mis je, ach, ik mis je zo

------------------------------

 

PROOI

Het was het kraken van de vloer
de donkere schimmen op de muren
terwijl het tikken van de uren
te traag en snerpend luid
als losgeslagen echo’s klonk

jij, kind van stukgetrapte dromen
waar was de schoot die jou eens droeg
zo warm beschermend als een fort
waar buiten reeds …
was het de schaduw van het kwaad?

wie heeft je schreeuw gehoord
die door te zwarte nachten doolde
en eenzaam zocht naar ergens toch gehoor
wie ging je voor
op zoek naar veilig land?

j
ij, kind van stukgetrapte dromen
nog ben je prooi voor roedels wilde dieren

----------------------------------------


HOE LANG MEET EEN MIJL DAN?


Al weet ik niet
wat er schuilgaat in zijn blik
en in de klanken van zijn stem

ik ken hem in elk woord
in elke letter die hij
vrucht geeft op papier
alsof de bloesem van een zomer

is er een tuin zo vol in bloei
als die waardoor hij
mij toestaat te gaan
plukt hij mij rozen zonder doornen

hoe lang meet een mijl dan
en wat betekent afstand
meer dan dichtbij?

---------------------------------

 

ALSOF AL ZOVEEL EEUWEN …

En er was dat weten
en die herkenning
alsof al zoveel eeuwen ...

geen mijl
geen afstand
dan dichtbij

hoe naderbij

schiep taal en teken

en wat nog ongezegd gebleven
zich vormde in oeroude klanken
je kwam voor even weer voorbij

en die herinnering in mij
alsof door zoveel eeuwen ...
hoe naderbij
schiep taal en teken 

----------------------------------


CONFRONTATIE

Ik heb het zo toch niet bedoeld
maar ze bleven komen
toen ik de spade had gezet
in de aarde van mijn hart
kwamen ze naar boven

ik dacht
dat ik de grond gezeefd had
het onkruid had geschoffeld
de oude wortels had getrokken
en had weggemoffeld

maar ze bleven komen
al die begraven silhouetten
toen ik de spade had gezet
kwamen ze naar boven

ik heb het zo toch niet bedoeld
als een confrontatie
tussen jou en mij
want alle wonden
die ik schreeuwde

daar hoorde jij niet bij

--------------------------